vrijdag 20 maart 2009

Angel

Angel*, een rusteloze maar hartelijke jongen. Klein van stuk voor zijn 18 jaar, maar er valt niet mee te spotten. Als je hem pakt, pakt hij jou. Die houding heeft hem al diverse keren een beroving of vechtpartij opgeleverd.

Achter dit stevige masker, dat opgaat zodra hij de straat betreedt, gaat een wereld van emoties schuil. Angel wordt vaak heen en weer geslingerd tussen perioden van depressiviteit waarin hij stil voor zich uitstaart of zijn hart uitstort en met tranen in zijn ogen verteld hoe diep zijn verdriet gaat en tijden waarin hij het centrum energiek in en uit wandelt.

Dat komen en gaan is kenmerkend voor hem. Er zijn momenten waarop Angel 5 keer per dag het centrum binnenkomt, je hartstochtelijk begroet en 3 minuten later weer vertrekt met een al even emotioneel gebaar.

Angel komt uit de selva. Dit tropische regenwoud dat het grootste deel van Peru bedekt, is zijn thuis. Hij woont echter al tijden in Huancayo. In eerste instantie met zijn moeder en jongere zus, maar sinds een aantal maanden heeft hij een eigen kamertje. Hij vindt het er naar eigen zeggen vreselijk en lijkt er ook maar weinig tijd in door te brengen.

Wat hij dan wel uitvoert overdag, is ons meestal onbekend. Soms is hij opeens 3 weken spoorloos verdwenen en blijkt naar een stad aan de kust te zijn gegaan. Soms neemt hij zwaarmoedig afscheid om voor 3 maanden in de selva te gaan werken, maar zien we hem na een week of 2 alweer verschijnen zonder dat hij ooit heeft gewerkt.

In de meeste gevallen lijkt hij de aandacht die we hem geven na een half uur alweer te zijn vergeten, maar toch is er iets dat hem naar het centrum blijft trekken. Soms komt hij een tijdje breakdancen met zijn vrienden. Soms komt hij aan het eind van de avond, wankelend van de alcohol, nog even kijken hoe het (met ons) gaat. En soms komt hij gewoon even zitten en sukkelt een beetje in slaap.

Deze jongen, zo hard op zoek naar rust, heeft het nog niet gevonden. Vragen worden altijd tactisch (of wat minder tactisch) afgeweerd en als hij er belabberd uitziet is hij "gewoon moe". Als team staan we dus maar gewoon voor hem klaar. Soms met een kop thee, of met een lift naar huis waardoor hij even exclusieve aandacht ontvangt. En hij weet het.

*Angel is een gefingeerde naam

vrijdag 6 maart 2009

Dagelijkse realiteit

Al wandelend door onze buurt, beseften we onlangs: Wat zijn we snel gewend geraakt aan het straatbeeld. Aan de typisch Peruaanse dingen die we hier dagelijks tegenkomen. Tijdens onze reis door Zuid Amerika –al weer twee jaar geleden- hadden we de tijd en gelegenheid hier vaker bij stil te staan. Nu zijn we druk. We werken en worden overspoeld door alles wat daarbij komt kijken.

Maar het is zonde om niet gewoon even te vertellen over de schijven ananas en meloen die je hier op de hoek van de straat voor slechts een paar centen kunt kopen. Of over de talloze huizen met gaten in de muren en ijzeren staven uit het dak die nooit zullen worden afgebouwd.



Het valt ons inmiddels niet eens meer op dat het hier stikt van de honden, die soms –net als in een tekenfilm- in de vreemdste combinaties door de stad struinen. En als het hier weer eens hard heeft geregend, stroomt het centrum gewoon vol modder. Want dat krijg je in een vallei. Met name nu we midden in de regentijd zitten, lopen ook hier veel mensen rond met griepverschijnselen. ‘Gripe’ is het overigens al snel. En zodra er iets in die trant wordt bespeurd rent men naar de dokter voor een spuit. In het bijzonder met antibiotica, maar eigenlijk alle medische zaken, wordt hier zeer lichtzinnig omgesprongen. Wellicht dat dat –naast de slechte mondhygiëne- voor zoveel bruine tanden en met metaal gevulde monden zorgt.

Gemiddeld één keer per week gaan we naar Real Plaza, hét winkelcentrum van Huancayo dat onlangs pal naast de grootste markt van de stad geopend is.



De bizarre combinatie van deze totaal verschillende werelden wordt samengeperst op de roltrap: Zelfs na een maand of 4 blijft zich daar elke dag een kleine opstopping vormen door groepjes mensen die vol verbazing naar het kunststukje blijven staren, van de zenuwen vergeten door te lopen of gewoon te angstig zijn om de stap te wagen.

Ook typisch binnen ditzelfde winkelcentrum is de grote kledingzaak ‘Topitop’ die zich kenmerkt door winkelende vrouwen op enkele meters afstand te laten achtervolgen door het personeel. Een klein experiment wees uit dat dit wordt volgehouden tot in het belachelijke: Rondjes draaien, heen- en weer lopen of stilstaan, het baat allemaal niets, het meisje houdt stand. Een goede oefening voor de zenuwen van met name de gemiddelde gringo op zoek naar wat ontspanning. Want uiteraard wordt deze actie tot in het extreme uitgevoerd bij de altijd interessante buitenlanders.

In het winkelcentrum halen we altijd een flink aantal flessen mineraalwater. Want afgezien van onze voorkeur voor thee zonder chloorsmaak, merken we dat we in de praktijk toch nooit toekomen aan het verplichte 15 minuten koken van kraanwater. We hebben overigens regelmatig te maken met een geheel ontbreken ervan. Onze (koude) douche heeft het wekenlang niet gedaan zodat we in onze wastobbe onze hygiëne een beetje bij probeerden te houden. En elke dag tegen (het einde van) de ochtend weigeren onze kraantjes, maar met geluk hebben we ergens in de middag wel weer beschikking over water.

Meestal eten we tussen de middag thuis, maar soms is het wel zo gemakkelijk en snel om naar één van de vele goedkope restaurantjes te gaan. Opvallend genoeg zijn hier veel chinezen, maar als je op je portemonnee moet letten kun je beter voor nog geen euro een normale driegangen-maaltijd bestellen. Dit betekent in de meeste gevallen overigens wel dat je daarbij rekening moeten houden met een kippenklauw in je soep. “Geen probleem” volgens collega Amado “zolang je maar gewoon doet alsof het een hand is. Dan weet je precies hoe je ‘em het beste kunt eten en wat de lekkerste stukjes zijn.” (..)



Ketchup wordt vrijwel altijd aangelengd met water en de mayonaise is vaak -samen met de patatjes- één van de belangrijkste redenen voor vage (of minder vage) buikklachten achteraf. De menukaarten zijn nogal eens overgenomen van andere restaurants en de uithangborden gewoon op de tweedehands markt gekocht. Dit betekent dat er in zo’n 80% van de gevallen in het geheel niet aanwezig is wat volgens de borden wordt aangeboden.

Dat de meeste mensen hun reclamemateriaal op de tweedehands markt halen ontdekten wij onlangs. Wij waren hier op zoek naar een wc-bril voor het centrum. Want ook dát verkopen ze daar. Netjes verpakt in plastic overigens.. Ook zagen we daar horden mensen die met hun leeggegooide vuilniszak de kost probeerden te verdienen. Lege cassettebandhoesjes, kapot speelgoed, een linkerschoen, verroest gereedschap: “Alles (zo goed als) nieuw!”

Want ja, wat moet je als je wilt overleven..? Je gaat bijvoorbeeld schapen hoeden, lege flesjes verzamelen, snoep of wc-papier op straat verkopen, op de markt zitten met je bak kikkers en deze ter plekke leegpersen wanneer één van je klanten van een bepaalde lichamelijk klacht af wil, de stoep aanvegen of met nog 5 collega’s op wacht staan in een supermarktje van nog geen 150 m2.



En dan heb je natuurlijk nog de bejaarden die iedere dag op een stuk karton zitten te bedelen, de schoenpoetsers en snoepverkopers van nog geen 10 jaar oud en de vele, vele dronken mannen die soms –met geluk- voor de zoveelste keer door hun vrouw en kinderen naar huis worden gesleept.
Ook dat is Peru..