Het plaatselijke ‘colegio Salesiano Tecnico’ leent ons haar sportterrein uit. Hen kennen we via een aantal jongeren die daar actief zijn geweest. Medio maart konden we echter niet komen. Don Bosco himself, stichter van de Salesianen, zou namelijk naar Huancayo komen.
Althans, zijn arm. Zijn arm kreeg een rondreis aangeboden door Perú en deed zo ook Huancayo aan. Er was overigens een gipsen lichaam (oid) aan vast gemaakt. Niemand keek hiervan op. Het was voor onze autistische tweeling (die sinds een aantal maanden in het Centrum komt) zelfs reden genoeg om twee weken lang nergens anders over te praten (normaal gesproken gaat het ook weleens over zelfgemaakt vuurwerk, Italië of brandweermannen). Eén van hen bleek er zelfs voor te hebben gespijbeld.
Nu zijn de afgelopen weken in het Centrum sowieso vrij bewogen geweest. Eén dag nadat de baby van Steven en Miriam was geboren bleek de volgende meid (van 16) zwanger. Zwanger onder de 20 is hier eerder een regel dan een uitzondering. Voor het Centrum nummer 5 binnen 2 jaar tijd.
Daarnaast hoorden we dat één van de jongens in de gevangenis was gezet, onder verdenking van moord. De –rechten studerende- jongen kwam niet vaak in het Centrum, maar met zijn vriendin hadden we goed contact. Vóór we hem goed en wel konden bezoeken om hem een hart onder de riem te steken, bleek hij al weer te zijn vrijgelaten..
Eén van de jongere jongens kwam in het ziekenhuis terecht met een blindedarmontsteking. Voor hem een spannende tijd, maar het kereltje had naar eigen zeggen ‘gelukkig al ervaring’. Voor ons weer een gelegenheid om eens wat rond te kijken in één van de vele Peruaanse ziekenhuizen. Alvorens naar binnen te mogen, werd er door de bewaker netjes een stempel op onze onderarmen gedrukt. Eenmaal binnengelaten op het terrein van platgestampte aarde, zagen we wat gebouwtjes type ‘schuurtje’ staan. Na een bezoekje van zo’n 10 minuten hadden we een aardig beeld: Je krijgt een bed en een zuster (als je betaalt). Vervolgens ben je wat betreft je eten, drinken en medicijnen afhankelijk van familie. Geen geld, geen pil. Gelukkig komt er wel af en toe een clown en als die er niet is, komen er drie christelijke vrouwen preken, bidden en zingen.
Het was overigens niet onze eerste kennismaking met het Peruaanse zorgstelsel. Naast andere bezoekjes aan jongeren in verband met geboorte en ongeluk (los van elkaar staand..), stond Jaap een aantal maanden geleden, midden in de nacht, zijn kleingeld te tellen in het tl-licht van een ziekenpost. Tijdens een nachtelijk partijtje voetbal met vrienden, brak één van hen een sleutelbeen. Eenmaal in het ziekenhuis moest de jongen zitten wachten tot iemand zo aardig was om 25 soles (6 euro) op te halen om zijn röntgenfoto te betalen. Voor dat proces is overigens zelfs een uitdrukking, maar die wil ons zo snel niet te binnen schieten. Wat uitdrukkingen betreft zit je hier in Peru sowieso gebakken. Laatst hoorden we dat de vader van één van de jongeren zijn moeder ‘naar het ziekenhuis had gestuurd’. Zorgzaam denk je dan. Maar in de krant was helaas met naam en toenaam te lezen dat het om een flinke vechtpartij tussen de echtelieden ging.
Wat betreft Peruaanse ziekenhuizen kunnen wij ons inmiddels wel voorstellen dat veel Peruanen het het liefst bij een brujo (heks), kikkersoepje, of cuy houden.




1 opmerking:
Wat een scala aan belevenissen maken jullie mee. Fijn dat jullie tot nu toe geen medische zorg nodig hebben gehad. Sterkte met alle voorbereidingen naar Nederland en het afscheid nemen van Peru. Het zal een hele omslag worden.
Groeten. Oom Jurrie tante Gea
Een reactie posten